Het Nationaal Wegenbestand (NWB) vormt de digitale ruggengraat van het Nederlandse wegennet. Elke gebruiker stelt andere eisen aan het Nationaal Wegen bestand: sommigen hechten veel waarde aan een actuele dataset, anderen zoeken juist naar een uiterst nauwkeurig overzicht of zo compleet mogelijk routeringsnetwerk.

In de eerdere delen van deze reeks gingen we in op de actualiteit en accuratesse van de NWB-data, twee pijlers die samen bepalen hoe goed het NWB aansluit bij de werkelijkheid. Maar er is nog een kwaliteitsdimensie die het NWB onderscheidt van andere overheidsdatasets: routeerbaarheid.

Het belang van Routeerbaarheid

Het NWB is uniek in zijn vermogen om routes te berekenen op basis van een volledig, uniform en overheidseigen netwerk van wegen. Dit maakt het niet alleen waardevol, maar in veel gevallen zelfs onmisbaar.  

Toepassingen zoals mobiliteitsmodellen, gladheidsbestrijding, logistieke planning, incidentafhandeling en navigatiesoftware maken gebruik van deze eigenschap. Als er ergens in het netwerk een fout ontstaat, bijvoorbeeld een ontbrekende verbinding, een verkeerd ingestelde rijrichting of een geïsoleerd wegvak, dan heeft dit direct impact op de kwaliteit van routeberekeningen.

Waarom zijn kwaliteitscontroles belangrijk?

Waar actualiteit en accuratesse vooral iets zeggen over wat er in het NWB staat en hoe precies het is vastgelegd, focust de routeerbaarheid op de vraag: kunnen gebruikers, algoritmes en systemen zich op een logische en volledige manier door het netwerk bewegen?

Om die vraag te beantwoorden worden ook voor de routeerbaarheid van het NWB structurele kwaliteitscontroles uitgevoerd. Voor de kwaliteitsborging van de routeerbaarheid van het NWB staan twee indicatoren centraal: juncties en netwerkeilanden. Deze laten zien of het netwerk logisch is opgebouwd en of er geen onverwachte onderbrekingen of onmogelijkheden bestaan die het berekenen van routes in de weg staan.

Juncties, de keuzepunten van een logisch topologisch routenetwerk

Elke berekende route, van een ambulance die naar een incident rijdt tot een navigatiesysteem dat de kortste weg zoekt, bestaat uit een opeenvolging van knooppunten, ofwel juncties. Deze juncties verbinden de wegvakken en bepalen waar een weggebruiker kan afslaan, keren of doorrijden. Een goed functionerend routenetwerk vereist dat weggebruikers op logische wijze naar een junctie kunnen rijden én er weer vandaan kunnen vertrekken.

Daarom monitort het NWB nauwkeurig of er juncties bestaan die verkeerskundig onlogisch zijn ingericht, bijvoorbeeld doordat alle aansluitende wegvakken dezelfde rijrichting hebben. Die situaties worden onderverdeeld in een drietal indicatoren die samen een beeld geven van de kwaliteit van de netwerktopologie.

  • Totaal aantal niet routeerbare juncties
  • Aantal juncties met meer dan 1 wegvak waar een weggebruiker niet kan komen
  • Aantal juncties met meer dan 1 wegvak waar een weggebruiker niet weg kan

Juncties waar een weggebruiker niet kan komen of niet weg kan

De indicator voor juncties brengt het aantal knooppunten in kaart die niet routeerbaar zijn. Het gaat om juncties waar de rijrichtingen van alle aansluitende wegvakken ofwel naar de junctie wijzen, of er juist allemaal vanaf voeren. Daarbij worden juncties binnen 100 meter van een landsgrens buiten beschouwing gelaten omdat aansluitende buitenlandse wegvakken ontbreken in het NWB.

Het betreft zowel juncties die wel bestaan in het netwerk maar vanuit geen enkele richting bereikbaar zijn, alsook juncties waar een weggebruiker wel kan komen maar vervolgens niet logisch verder kan rijden omdat er geen enkel vervolg beschikbaar is. De oorzaak van beide situaties kan zijn dat bijvoorbeeld een aansluitend wegvak ontbreekt of dat een rijrichting verkeerd is ingevoerd.

Het totale percentage van juncties waarop de routering fout gaat.

Een groot aandeel van het totaal aantal juncties waar de routering fout gaat zijn doodlopende wegvakken waarop een verplichte rijrichting is ingevuld. De junctie aan het einde van dit wegvak is daarmee ofwel niet bereikbaar of niet te verlaten.

Het is altijd mogelijk dat een junctie terecht doodlopend is. Denk daarbij aan situaties waarbij het wegvak eindigt in een privé terrein of een private parkeergarage. De aansluitende wegvakken zijn vaak niet opgenomen omdat privaat beheerde wegvakken in principe  buiten scope vallen van het NWB. Daarom wordt voor deze indicator ook een verdere filtering gemaakt waarbij alleen juncties worden meegenomen waarop meer dan 1 wegvak aansluit. Hierin wordt ook het onderscheid inzichtelijk gemaakt tussen niet bereikbare en niet verlaatbare wegvakken.

Het percentage van juncties met meer dan 2 aansluitende wegvakken waarop de routering fout gaat.

In beide grafieken is duidelijk een grote verbeterslag te zien in 2022, maar daarna is het percentage juncties dat fout gaat weer langzaam gestegen. Hier zit dus nog ruimte voor verbetering, hoewel het percentage nog steeds extreem laag is en het NWB op dit gebied dus nog steeds een goede kwaliteit heeft.

Netwerkeilanden, wanneer delen van het netwerk niet verbonden zijn

Een tweede belangrijke kwaliteitstoets draait om de mate waarin het wegennetwerk als één geheel functioneert. Hoewel het Nederlandse wegennet zeer fijnmazig en bijna overal verbonden is, kunnen er situaties ontstaan waarin delen van het NWB los komen te staan van het hoofdnetwerk. Deze clusters van wegvakken worden netwerkeilanden genoemd.

Het bestaan van zulke eilanden kan logische oorzaken hebben, zoals afgelegen recreatiegebieden, afgesloten bedrijventerreinen, of wooneilanden. Maar vaak wijzen ze op een ontbrekende verbinding of een inconsistentie in rijrichtingen.

De indicator meet hoeveel clusters van wegvakken geen verbinding hebben met de rest van het routenetwerk. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen eilanden:

  • Eilanden die volledig los liggen
  • Eilanden die door rijrichtingen niet te bereiken of te verlaten zijn

Eilanden die volledig los liggen

Dit zijn clusters van wegvakken die in hun geheel geen verbinding hebben met het NWB-hoofdnetwerk. Ze vormen als het ware een geïsoleerd mini-netwerk.

In de grafiek hieronder wordt het aantal foutieve eilanden weergegeven. Elk eiland wordt als 1 fout gezien, ook als hier meerdere wegvakken in liggen.

Het totaal aantal volledig losliggende eilanden

In 2025 is hierin duidelijk een verbetering te zien. Hierbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat dit ook deels komt doordat vanaf dat moment wegvakken worden weggefilterd waarvan bekend is dat ze terecht losliggen. Bijvoorbeeld wooneilanden.

Eilanden die door rijrichtingen niet te bereiken of te verlaten zijn

Hier gaat het om eilanden die topologisch wel deel uitmaken van het netwerk, maar die door foutieve rijrichtingen niet bereikbaar zijn of niet verlaten kunnen worden. Denk hierbij aan een woonwijk die maar over 1 weg bereikbaar is, waarbij op dit wegvak foutief een rijrichting is ingevuld. Daardoor is de gehele wijk dan niet meer goed verbonden met het netwerk. Dit soort eilanden is vooral relevant omdat de oorzaak vrijwel altijd ligt in de inrichting van het netwerk zelf en daarmee oplosbaar is binnen de NWB-keten.

Het totaal aantal eilanden obv rijrichting

In deze grafiek is duidelijk te zien dat in 2022 en 2023 een grote slag is gemaakt in de kwaliteit hiervan, maar er blijft ook nog altijd ruimte voor verbetering.

Tot slot

De kwaliteit van routeerbaarheid staat niet op zichzelf, maar vormt samen met actualiteit en accuratesse de basis waarop het NWB als geheel rust. Actualiteit bepaalt of een weg in het netwerk beschikbaar is op het moment dat deze nodig is; achterlopende of ontbrekende data kunnen leiden tot breuken in het netwerk. Accuratesse bepaalt of de weg op de juiste plek ligt en met de juiste vorm is ingetekend, omdat onnauwkeurigheden direct kunnen doorwerken in de berekening van routes of in de interpretatie van aansluitingen. Routeerbaarheid tenslotte laat zien of gebruikers, algoritmes en systemen zich logisch en zonder belemmeringen door het netwerk kunnen bewegen. Hoewel elke gebruiker andere eisen stelt aan de kwaliteit van het NWB, raakt die behoefte uiteindelijk altijd aan een of meerdere van deze drie dimensies.

Met dit derde artikel is daarmee het volledige beeld geschetst van de kwaliteitsaspecten van het NWB. Zo ontstaat een samenhangend beeld van de kwaliteit van het NWB, waarbij duidelijk wordt hoe deze drie dimensies gezamenlijk de basis vormen voor een betrouwbaar en breed inzetbaar NWB.